Piet Laban - Razzia Veteraan - Razzia Monument Rotterdam
1422
post-template-default,single,single-post,postid-1422,single-format-standard,bridge-core-3.0.9,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode_grid_1300,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-29.7,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.13.0,vc_responsive

Piet Laban – Razzia Veteraan

Piet Laban Razzia Veteraan

Piet Laban – Razzia Veteraan

Op de vlucht door heimwee

Het verhaal van Piet Laban (nu 96) begint als hij op 10 november 1944 ’s morgens naar zijn werk wil gaan. Zijn kantoor zal hij nooit bereiken. Er wordt aangebeld. Een Duitse soldaat met een geweer op zijn arm sommeert hem – “Raus!” – om mee te komen. “Ik had zelfs niet de tijd om mijn jas aan te trekken. Ik kon nog net een oude jas van mijn vader pakken. Daarmee ging ik de straat op.”

Via een verzamelplaats in de wijk moet Laban met duizenden andere mannen naar het Feyenoordstadion. “Mijn moeder kwam me nog achternalopen met een tas met wat spulletjes: een stelletje ondergoed, een baddoek, een stukje zeep, een pannetje en een lepel. Dat was alles wat ik had. In het stadion stonden al duizenden mannen op het veld. Het was er adembenemend stil”, weet Laban nog goed. “Op iedere hoek van de tribune stonden Duitse militairen met mitrailleurs. Er werd niet gesproken, er werd niet geklaagd. Iedereen was murw. “Toen het donker werd”, gaat Laban verder, “mochten we naar binnen. Hierna moesten we tussen een rij door van Duitsers met honden. De goederenwagons die daar stonden, waren veewagens. De mest van paarden lag er nog in. We stonden er rechtop in, met veertig à vijftig personen. Er werd ons niets verteld. Ik voelde me heel rot en heel eenzaam.”

Nare toestand

“Toen wij na de derde dag uit de wagons stapten, dachten we dat we in Polen waren. Maar we waren in een klein, Duits plaatsje: Neuenkirchen, net over de grens bij Enschede. We werden ondergebracht in een kleuterschooltje en sliepen op de grond, in het stro. De volgende ochtend was er om 05:00 uur een appèl en moesten we naar het land. Daar moesten we verdedigingswerken graven om de geallieerden tegen te houden. Twaalf uur per dag. Het was een nare toestand. Ik had nog nooit een pikhouweel in mijn handen gehad. Als je om 17:00 uur klaar was, kreeg je in het dorp wat te eten. Meestal soep met wat brood en een stukje worst. Daar moest je het ook de volgende dag nog mee doen.”

Ziek

“Mijn familie wist niet waar ik was. We mochten ook niet schrijven. Terwijl ik heel erg heimwee had. Ik wilde naar huis. Maar je was overgeleverd aan die soldaten en had niks te vertellen. Op Kerstavond was ik ziek. Ik lag alleen in een barak. De andere jongens waren allemaal ergens naar een kerk gegaan. Ik heb toen plannen gemaakt om er vandoor te gaan. Ik had met een andere jongen verzonnen dat we onze brillen kapot zouden maken. En die zouden we dan in Enschede laten repareren. Dat is gelukt. We kregen een benodigd pasje van de dokter. Er werd wel gedreigd: als we na twee dagen in Enschede niet terug zouden komen, zouden we worden geknuppeld en naar een strafkamp moeten.”

Ook gewone jongens

“Toen ik op Nederlandse grond stond, besloot ik: ik ga nooit meer terug naar Duitsland. En toen is het gelukt om via een Rode Kruispost in een trein te komen, die naar Den Haag ging. Een trein met zwaargewonde Duitse soldaten. Daar lag ik tussen, toen realiseerde ik me dat het ook gewone jongens waren. Van achttien, negentien jaar. Die lagen daar met verband en spalken. De man van het Rode Kruis had gezegd: je moet niet praten, je gaat ertussen liggen en slapen. Toen ik wakker werd, waren we in Gouda. Toen dacht ik: nu moet ik er vandoor. Toen ben ik over die jongens heen gestapt en eruit gesprongen. En een wonder: er was geen soldaat te zien.” Eenmaal thuis moet Laban onderduiken. Samen met zijn broer gaat hij op de fiets naar Groningen. Hij heeft een vervalst verlofpasje bij zich, waardoor hij onderweg langs de Duitse controles komt. De bevrijding maken de broers mee in Groningen.

Gebaar en herdenking

Een hekel aan Duitsers heeft Piet Laban niet. Wat dat betreft heeft hij veel gehad aan een uitnodiging van de Duitse stad Dortmund. Als verzoeningsgebaar kwamen zangkoren uit alle steden, die zijn gebombardeerd door de Duitsers, daarnaartoe. De bijeenkomst heeft hem ontroerd. “We zijn daar ontvangen als vorsten. Toen de uitvoering er was, deed dat me zoveel dat ik niet mee kon zingen. Het was een mooi gebaar van Duitsland. Uiteraard ben ik ook blij met het razzia monument dat aan de Parkkade komt in november 2023. Dan kunnen we daar in het vervolg herdenkingen houden van die verschrikkelijke tijd.” besluit Laban.

Video-opname

Piet Laban heeft recent meegewerkt aan onze promotie-video voor fondsenwerving.

Klik om de video te bekijken (duur 02:58 min).